De top 3 activiteiten voor teambuilding

Voor iedereen binnen een organisatie is het fijn om er zeker van te zijn dat men als team effectief en gericht bezig is. Een van de meest belangrijke zaken in teams is dat er heel goed contact is en er op een prettige manier in teamverband wordt gewerkt. Wil jij jouw team naar een verder niveau tillen? In dit artikel onze top 3 teambuilding activiteiten, die door iedereen kunnen worden uitgevoerd.

Teamoefening #1. Oogcontact

Tijdens de oefening gaat het team op gelijke afstand van elkaar in een kring staan. Deze gehele oefening gebeurt in stilte. Jij als trainer wijst één iemand aan uit de kring die begint met de oefening. Hij maakt op een zelfgekozen moment met een willekeurig iemand uit de kring oogcontact, geeft een klein knikje met zijn hoofd en de persoon die het oogcontact heeft ontvangen bevestigt dat door een klein knikje terug te geven.De persoon die het oogcontact heeft ontvangen heeft nu de beurt en maakt oogcontact met een volgend persoon uit de kring en geeft daarbij een knikje. Het is de bedoeling het oogcontact door te geven aan een ander iemand dan van wie jij het kreeg. 

De persoon die het oogcontact ontvangt bevestigt weer met een knikje en geeft het vervolgens weer door aan een ander iemand uit de kring. Deze fase wordt gespeeld totdat iedereen een keer het oogcontact heeft gekregen en heeft doorgegeven. 

In de volgende fase komt een spelelement. Je wijst iemand uit de kring aan die even de kring verlaat. Vervolgens wijs je iemand aan die straks het oogcontact gaat beginnen. De persoon die de kring heeft verlaten komt terug en gaat in het midden van de groep staan. Hij gaat proberen te ontdekken waar het oogcontact is. Hij weet niet waar het oogcontact gaat beginnen. De personen in de kring proberen dus het oogcontact door te geven wanneer de persoon in het midden van de kring een andere kant op kijkt en dus niet ziet waar het oogcontact is. Jij als trainer houdt de score bij en telt hoeveel keer het oogcontact wordt doorgegeven, totdat de persoon in het midden van de kring het oogcontact heeft gespot.

Hoe sneller de persoon in het midden het oogcontact heeft gevangen en hoe minder punten hij dus krijgt, hoe beter. Wanneer de persoon in het midden het oogcontact heeft gespot is zijn ronde voorbij. Hij gaat weer in de kring staan en wijst iemand anders aan die aan de beurt is. De persoon kan de kring verlaten, maar ook even zijn ogen dicht doen wanneer jij iemand aanwijst die het oogcontact gaat beginnen. Hij doet zijn ogen weer open en hetzelfde spel wordt weer gespeeld. De persoon in het midden probeert zo snel mogelijk te zien bij wie het oogcontact is. Hij gaat weer in de kring staan en geeft weer iemand die nog niet is geweest de beurt. Ga zo verder totdat iedereen in de groep een keer in het midden heeft gestaan. Als meerdere mensen dezelfde score hebben, bijvoorbeeld een score van drie punten, dan kun je een tweede ronde doen met de winnaars totdat er uiteindelijk maar één winnaar overblijft.

Teamoefening #2. Stopwoorden

Tijdens de oefening vormt het team drietallen. Ieder drietal bepaalt wie persoon A, B en C is. De deelnemers gaan oefenen met stopwoord en “uh”-vrij te praten. Persoon A begint een verhaal te vertellen aan persoon B over iets dat hij graag zou willen bereiken in het team. Wanneer hij ‘uh’ zegt of een stopwoord gebruikt klapt persoon C in zijn handen. 

Stopwoorden zijn woorden die gebruikt worden als opvulling zonder dat ze daadwerkelijk nodig zijn zoals: ‘eigenlijk’, ‘in principe’, ‘zeg maar’ en ‘weet je’. Het herhalen van een woord wordt ook gezien als stopwoord. Bijvoorbeeld: Ik, ik, ik werk hier al tien jaar. Persoon A begint te vertellen. Wat ik eigenlijk graag zou.. klap! Persoon C klapt in zijn handen. ‘Eigenlijk’ is een stopwoord. Persoon A vertelt verder: Wat ik graag zou zien in het team is dat we elkaar persoonlijk wat uhhh…… klap! Persoon A zei weer ‘uh’.. Ga zo 1 minuut door en wissel daarna de rollen. Nu vertelt persoon B aan persoon C wat hij graag zou willen bereiken in het team. Het lijkt me geweldig als we sneller zouden werken. Dan dan krijgen we…………. Klap! Persoon B zei 2 keer het woord ‘dan’. Dan krijgen we zo veel meer energie. En kunnen we in principe veel meer… klap! ‘In principe’ is een stopwoord.

Ga zo 1 minuut door en de rollen worden weer gewisseld. Als iedereen uiteindelijk is geweest gaat het team in een kring zitten en bespreekt de oefening na. Was het moeilijk om geen stopwoorden te gebruiken? Hielp het er op gewezen te worden? En kwam de boodschap krachtiger over wanneer er geen stopwoorden werden gebruikt?

Teamoefening #3. Het getallenspel

Tijdens de oefening genaamd ‘het getallenspel’ gaat het team in een kring staan. Het team telt met de klok mee tot het getal 100. Je vertelt het team dat in plaats van het getal 7 of een veelvoud van 7 degene die de beurt heeft niet het getal 7 zegt maar in zijn handen klapt. Dus: 1 2 3 4 5 6 klap 8 9 10 11 12 13 klap. Ga zo door tot het getal 100.

Nu dit goed gaat komt er nog een getal bij die wordt vervangen met een ander gebaar. Het getal 4 of een veelvoud van 4 wordt in dit geval vervangen door een sprong. 1 2 3 sprong 5 6 klap sprong 9 10 11 sprong 13 klap. Er komt nu een derde getal bij. Het getal 3 of veelvoud van 3 wordt nu vervangen door een kuch! Als bij een opgenoemd getal meerdere vervang getallen horen doet de persoon die het getal moet zeggen alle gebaren. Dus bijvoorbeeld het getal 12 is zowel een veelvoud van 3 als een veelvoud van 4. Hier wordt dus bij gesprongen en gekucht. 1 2 kuch sprong 5 kuch klap sprong kuch 10 11 sprong-kuch 13 klap 15 sprong 17. Wanneer het team op deze manier het getal 100 heeft behaald, is het doel bereikt!

Meer teambuilding oefeningen

Voor al deze oefeningen geldt dat jij als trainer de oefeningen begeleidt en waar nodig feedback geeft en variaties aanbrengt. Wil je meer leren over inspirerende teambuilding activiteiten of management games? Neem dan een kijkje op de website van trainingsbureau Outing Holland (www.outingholland.nl), waar je verschillende leerzame teambuilding oefeningen en theoretische uitleg hierover terug kunt vinden.